Reinier de Graaf Groep

Pijnlijn

Post-Operatieve Epidurale Pijnbestrijding

Inleiding
In deze folder wordt uitgelegd wat een pijnlijn is, hoe deze wordt ingebracht en wat er nog meer omheen zit.
We proberen met deze folder u zo goed mogelijk te informeren wat het inhoud om een pijnlijn te krijgen.
Hebt u na het lezen van deze folder nog vragen, dan kunt u deze gerust aan de verpleegkundige of aan de anesthesioloog stellen.

Wat is postoperatieve epidurale pijnbestrijding of pijnlijn
“Postoperatief” betekent na de operatie en “epidurale” is ruimte voor het ruggenmerg waar zenuwen doorlopen.
Postoperatieve epidurale pijnbestrijding is een dun slangetje(katheter) in de rug waardoor medicatie wordt toegediend ter pijnbestrijding.
Het wordt als pijnbestrijding gebruikt na een longoperatie of grote buikoperatie, bijvoorbeeld vaatoperatie, prostaatoperatie, darmoperatie en baarmoederoperatie. Het wordt ook wel gebruikt bij chronische pijn in de buik en/of benen of bij een bevalling.
Er wordt met behulp van een naald een dun slangetje (katheter) tussen twee wervels in de ruimte voor het ruggenmerg gebracht.
Via het slangetje (katheter) worden er medicijnen in deze ruimte gespoten, waardoor de zenuwen verdoofd worden. Deze pijnmedicatie zorgt ervoor dat u pijn van de operatie niet of nauwelijks nog voelt. U bent niet door deze medicijnen verlamd. Het gevoel en de spierkracht in buik, billen en benen is minder geworden, maar u kunt uw benen gewoon bewegen. Door de pijnstilling met een pompje te geven, kunt u langere tijd, (meestal 3 dagen) continue pijnstilling krijgen.

Waarom deze manier van pijnbestrijding
Door het gebruik van de pijnlijn worden de zenuwen verdoofd, wat niet bij tabletten en bij pijninjecties gebeurd. Met de pijnlijn wordt er een groot gebied verdoofd.

Met de pijnlijn heeft u minder pijn waardoor

  • u beter kan ademhalen, doorademen en hoesten.
  • u sneller kan gaan mobiliseren en minder kans is op trombose.

Bijwerkingen en complicaties
Zoals alle gebruikte technieken kan ook een pijnlijn bijwerkingen en complicaties hebben. De anesthesioloog zal de voor- en nadelen van de techniek afwegen als hij u een pijnlijn aanbied. Hieronder vindt u een aantal van deze bijwerkingen en complicaties.
Bij het inbrengen van de naald of de katheter is het een heel enkele keer mogelijk dat een zenuwbaan geraakt wordt, meestal geeft dit een tijdelijke irritatie (zoals wanneer u de elleboog stoot). Als de naald te diep komt, beschadigd hij het vlies om het ruggenmergvocht. Dit kan hoofdpijn en of een ongewenst sterke verdoving geven.
De gebruikte medicijnen kunnen de bloeddruk verlagen, soms jeuk geven of het plassen moeilijk maken en zelden de ademhaling verminderen. Zeer zelden treed er een bloeding of infectie op.
Het kan soms zijn, dat het technisch niet mogelijk blijkt de katheter goed te plaatsen of dat de werking onvolledig is.
Door een afweging te maken van uw operatie en uw persoonlijke factoren, zoals antistolling, longziekten e.a. wordt met iedere patiënt een keuze gemaakt. De pijnlijn is een veilige techniek die zeer goede pijnstilling kan geven.
Als u nog vragen heeft kunt u deze altijd aan de anesthesioloog stellen.

De pijnlijn inbrengen
De pijnlijn wordt op de verkoeverkamer (in-/ uitslaapkamer) ingebracht door de anesthesioloog.
Voordat de pijnlijn ingebracht wordt, krijgt u eerst een infuusnaaldje in de arm. Hierna moet u of gaan zitten (benen uit bed, voorovergebogen en de ellebogen op de benen) of moet u op uw zij gaan liggen met de knieën opgetrokken en het hoofd gebogen.
De anesthesioloog gaat dan een stuk van uw rug desinfecteren met chloorhexidine. Hierna krijgt u een klein prikje in de rug om een stukje huid te verdoven, zodat u het niet voelt als de naald en de katheter wordt ingebracht.
Wanneer de anesthesioloog de naald en de katheter aan het inbrengen is, moet u proberen zo stil mogelijk te blijven zitten. Mocht u desondanks toch pijn voelen bij het inbrengen van de naald of u voelt zich angstig of oncomfortabel, dan kunt u dat gerust tegen de verpleegkundige of anesthesioloog zeggen.
Wanneer de naald op de goede plaats zit, wordt het kathetertje erdoorheen geschoven. De katheter zit nu vlak voor het ruggenmerg. De naald wordt er nu uit gehaald en de katheter blijft zitten en wordt vastgeplakt met doorzichtige pleisters.
Het andere uiteinde wordt vastgemaakt aan een pomp waar de pijnmedicatie in zit. De verpleegkundige op de afdeling verwisselen de spuit in de pomp als deze leeg is. De spuitenpomp gaat automatisch piepen (op alarm) als de spuit leeg is of als de katheter geknikt is.

De apparatuur er omheen
Wanneer u het pijnlijntje krijgt, wordt u aangesloten op allerlei apparatuur. Dit is om te kijken hoe uw lichaam reageert op de medicatie die u via de pijnlijn krijgt toegediend.

De apparaten zijn:

  • ECG: meten van de hartslag. Als u terugkomt op de afdeling, dan mag deze af.
  • Bloeddrukmeter: meten van de bloeddruk. Op de afdeling wordt de bloeddruk om de twee uur gemeten en ’s nachts minder vaak.
  • Zuurstofsaturatiemeter: meet de hoeveelheid zuurstof in het bloed. De saturatiemeter is een klemmetje dat om de vinger zit en moet continu om uw vinger blijven. Bij een lage zuurstofsaturatie, koude handen of als het klemmetje niet goed zit of van de vinger is, dan gaat de meter piepen (op alarm).
  • Urinekatheter. Deze heeft u zodat de urineproductie per 1 á 2 uur gemeten kan worden. U hebt de urinekatheter omdat de medicijnen die u krijgt via de pijnlijn, de blaas verdoven, waardoor u niet of nauwelijks voelt wanneer u moet plassen.
  • Infuus: om extra vocht en eventueel medicijnen toe te dienen.
  • Zuurstof. Eventueel kunt u ook wat extra zuurstof via een slangetje in uw neus toegediend krijgen.

Deze apparatuur blijft u houden zolang u de pijnlijn heeft.
U wordt om de twee uur gecontroleerd; de bloeddruk, zuurstofsaturatie van het bloed en urineproductie worden ’s nachts minder vaak gecontroleerd.
Ook wordt regelmatig aan u gevraagd of u uw benen kan bewegen en of het gevoel in de benen is veranderd.
Deze controles blijven gedaan worden zolang u de pijnlijn heeft.

Mobiliteit
Doordat u aan allerlei apparatuur bent aangesloten, wordt u wat beperkt in uw bewegingsvrijheid. Door het krachtverlies en gevoelsverlies in uw benen mag u alleen met hulp van een verpleegkundige uit bed komen.

Let wel op: Door de pijnlijn heeft u niet of nauwelijks pijn en voelt u zich vaak niet ziek, maar vergeet niet dat u net een grote operatie heeft gehad.

Verwijderen van de pijnlijn
De epidurale katheter blijft meestal 2-3 dagen zitten voordat deze wordt verwijderd.
Het verwijderen van de pijnlijn wordt op de afdeling gedaan. Het verwijderen is niet pijnlijk. Het is per persoon verschillend wanneer hierna het gevoel weer terug komt in de benen en buik.
De anesthesioloog schrijft na het verwijderen van de epidurale katheter andere pijnstillers voor.
Nadat de pijnlijn verwijderd is en alles goed gaat, mag de saturatiemeter af, de urinecatheter en het infuus uit.

Decubitus (doorliggen)
Bij een pijnlijn heeft u verminderd gevoel in buik, billen en benen en heeft u een grotere kans op doorliggen.
U krijgt een speciaal bed om doorliggen te verminderen. Maar houdt u het zelf ook in de gaten dat u regelmatig in bed beweegt en dat u niet te lang op uw rug en billen blijft liggen of zitten.
Plaatsen waar u gemakkelijk kan doorliggen zijn: de stuit, billen en hielen.

Doorliggen kan voorkomen worden door regelmatig op uw zij te draaien en niet alleen op rug te blijven liggen. U kunt uw benen regelmatig optrekken en bewegen. Het in bed aanhouden van badstof of katoenen sokken kan ook helpen.
Het is ook heel belangrijk om ten minste 1 x per dag uit bed te komen.

Antistolling
Voor het krijgen van de pijnlijn moet u 7 – 10 dagen ervoor gestopt zijn met de antistollings medicijnen. Tijdens uw opname, krijgt u elke avond kleine prikjes in de buik of bovenbenen ter voorkoming van trombose.

Let op: Vertel goed aan de verpleegkundige welke antistolling medicijnen u gebruikt en hoe lang u hiermee al gestopt bent.

Vragen
Mocht u hierna nog vragen hebben, stel ze gerust aan de verpleegkundige of anesthesioloog.

-