Reinier de Graaf Groep

Behandeling met APD

Wat is APD
APD is een stof die deel uitmaakt van een groep van stoffen die bisfosfonaten genoemd worden. Bisfosfonaten kunnen worden gebruikt bij osteoporose en bij een te hoge hoeveelheid calcium in het bloed als gevolg van een kwaadaardige aandoening.

APD kan worden gebruikt om de botafbraak in uw lichaam stop te zetten. APD is werkzaam op de botdichtheid van uw skelet. De botdichtheid wordt in principe hierdoor versterkt. Daardoor hebben tumorcellen, die op enkele plaatsen reeds veranderingen aan de botstructuur hebben veroorzaakt, minder vat op het nog niet aangetaste bot. Pijnklachten ten gevolge van skeletschade zullen daardoor afnemen en verdere schade aan het skelet kunnen worden beperkt.

APD kan ook worden gebruikt om de hoeveelheid calcium in het bloed te verlagen in gevallen waar deze te hoog is door aanwezigheid van een tumor. Tumoren kunnen de normale botomvorming in zulke mate versnellen, dat de vrijstelling van calcium uit het bot verhoogd wordt. Deze aandoening wordt tumorgeïnduceerde hypercalciëmie (= te hoog gehalte aan calcium in het bloed) genoemd.

Wat moet u weten voor toediening

Wanneer mag u APD niet gebruiken?
U mag APD niet gebruiken als u een allergische reactie heeft gehad na het gebruik van APD of een ander bisfosfonaat (de groep waartoe APD behoort).
Vraag uw arts of u APD mag gebruiken als u:

  • een aandoening heeft aan hart of nieren;
  • een gebrek aan calcium of vitamine D heeft (bijvoorbeeld door uw dieet of als gevolg van spijsverteringsstoornissen).

Gebruik tijdens zwangerschap
Indien u tijdens de behandeling met APD zwanger wordt of wilt worden, moet u uw arts informeren. Uw arts zal bepalen of in uw geval APD mag gebruikt worden.

Gebruik tijdens borstvoeding
Het werkzame bestanddeel van APD gaat over in de moedermelk. Tijdens de behandeling met APD wordt het geven van borstvoeding afgeraden.

Gebruik bij oudere personen
Oudere patiënten kunnen APD normaal gebruiken mits zij geen ernstige hart- of nieraandoening hebben.

Gebruik bij kinderen
De werkzaamheid en veiligheid van APD bij kinderen is nog niet vastgesteld.

Invloed op rijvaardigheid en bediening van machines
APD kan bij sommige patiënten, vooral direct na de infusie slaperigheid of duizeligheid veroorzaken. Wanneer u dit overkomt, dient u af te zien van het besturen van voertuigen, het bedienen van machines en andere bezigheden waarbij uw volle aandacht verlangd wordt.

Wisselwerking met andere geneesmiddelen
Voordat u een ander geneesmiddel (inclusief oog- of neusdruppels) gaat gebruiken naast APD dient u met uw arts of apotheker te overleggen.
Het kan zijn dat de dosering aangepast moet worden of dat u soms het gebruik van een geneesmiddel moet staken. Dit geldt zowel voor geneesmiddelen die op recept verkrijgbaar zijn, als voor geneesmiddelen zonder recept. In het bijzonder van:

  • andere bisfosfonaten.
  • calciumbevattende infusievloeistoffen.

Hoe wordt APD gebruikt

Hoeveel wordt toegediend
De gebruikelijke dosis bij een verhoogd calciumgehalte van het bloed bedraagt 15 – 90 mg. Het infuus wordt afhankelijk van de dosis, in één tot enkele uren toegediend.
APD 30 mg = 10 ml Pamidroninezuur.
Het werkzame bestanddeel van APD is pamidroninezuur. Het wordt geleverd als een ampul van 10 ml. Een ampul bevat 30 mg pamidroninezuur.

Hoe wordt APD toegediend
APD wordt door middel van een langzaam infuus in een ader toegediend.

Hoe lang dient APD gebruikt te worden?
De arts zal beslissen hoeveel en wanneer u de infusies nodig hebt.

Mogelijke bijwerkingen
Behalve de gewenste effecten kan een geneesmiddel ook enige ongewenste reacties (bijwerkingen) veroorzaken. Bijwerkingen hoeven niet bij iedereen op te treden. Sommige bijwerkingen verdwijnen nadat het lichaam aan het middel is gewend.

Gewoonlijk is er geen noodzaak om de arts te waarschuwen bij de volgende bijwerkingen, tenzij deze langer dan een paar dagen aanhouden of erg hinderlijk zijn.
De meest voorkomdende bijwerkingen zijn: kortdurende koorts en een griepachtig gevoel gepaard gaande met rillingen en soms ook vermoeidheid en een algemeen gevoel van onwel zijn. Het is belangrijk te weten dat de klachten van spierpijn en algehele malaise vaak op de dag na het infuus optreden.

De meest voorkomdende bijwerkingen zijn: kortdurende koorts en een griepachtig gevoel gepaard gaande met rillingen en soms ook vermoeidheid en een algemeen gevoel van onwel zijn. Het is belangrijk te weten dat de klachten van spierpijn en algehele malaise vaak op de dag na het infuus optreden.

Minder vaak komen voor: kortdurende spier- en of gewrichtspijn, spierkrampen, pijn, roodheid en zwelling op de plaats van het infuus, maag-en darmstoornissen, misselijkheid en braken, buikpijn, obstipatie, diarree, verminderde eetlust, hoofdpijn, duizeligheid, slaperigheid, vermoeidheid, verwardheid, agitatie, huiduitslag, jeuk en oogirritatie.
Mogelijk kan ook smaakverandering of –verlies optreden.

Bij enkele patiënten zijn allergische reacties opgetreden, zoals bemoeilijkte ademhaling, zwelling van de lippen en tong en plotselinge daling van de bloeddruk.
Bij sommige patiënten kunnen ook andere bijwerking optreden. Waarschuw uw arts indien bij u een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter staat.

-